Historie

In 1995 droegen de voormalige gemeenten Naaldwijk, Monster,

's-Gravenzande het bestuur en het bevoegd gezag van hun openbare scholen over aan de gemeenschappelijke regeling 'Regionaal Bestuur Openbaar Onderwijs Westland' (RBOOW).

Een paar jaar later traden ook de gemeenten De Lier, Wateringen, Schipluiden en Maasland toe tot die regeling. Het waren de eerste stappen op weg naar een verdere verzelfstandiging van het openbaar onderwijs in Westland. Voor het bestuur van het RBOOW was al duidelijk dat de constructie van de gemeenschappelijke regeling een tijdelijke was. Het wachten was op wetgeving over bestuursvormen die participatie van onder meer ouders mogelijk zou maken.

 

Het belangrijkste doel van de bestuurlijke samenwerking en schaalvergroting was het openhouden van openbare scholen in zoveel mogelijk kernen in het Westland. Door de bestuurlijke schaalvergroting konden scholen die onder de opheffingsnorm zaten of daaronder dreigden te komen in stand worden gehouden. Dat gebeurde door toepassing van de zogenaamde gemiddelde schoolgroottesystematiek. Die 'bestuurlijke rekentruc' heeft verschillende scholen van een dreigende ondergang gered. De samenwerking en overdracht van bevoegdheden leverde nóg een belangrijk resultaat op, namelijk efficiënter en slagvaardiger opereren. Het had ook tot gevolg dat er een eind kwam aan de 'dubbele pet' van de gemeente waarmee openbare scholen werden geconfronteerd. Immers, de situatie dat de gemeente als schoolbestuur moest optreden en tevens ook verantwoordelijk was voor het lokaal onderwijsbeleid, leverde nogal eens frictie op.

 

Met de introductie van de stichtingsvorm voor het openbaar onderwijs, eind jaren 90, kwamen er meer mogelijkheden om de rol als gemeentelijke overheid en bekostiger verder los te koppelen van de rol als bestuurder van het openbaar onderwijs. In goed overleg met de gemeenten en de diverse geledingen werd in 2000 een begin gemaakt met het ontwikkelen van een toekomstvisie en de voorbereidingen om te komen tot een stichting.

 

Met zo'n stichting werd de zelfstandige positie van het openbaar onderwijs ten opzichte van de gemeenten benadrukt. Bovendien konden vertegenwoordigers van de ouders zitting nemen in het schoolbestuur. Een bestuur, met een eigen herkenbaarheid, die verantwoordelijk is voor een adequate behartiging van de belangen van het openbaar onderwijs.

Daarnaast biedt zo'n constructie de mogelijkheid om bestuurders te selecteren op deskundigheid en betrokkenheid. En, ook niet onbelangrijk, het openbaar onderwijs kreeg dezelfde positie als het bijzonder onderwijs in het lokaal onderwijsoverleg met de gemeente. Op basis van gelijkwaardigheid en onafhankelijkheid.

 

Uiteindelijk leidde dit op 1 januari 2004 tot opheffing van het RBOOW en de oprichting van Stichting Openbaar Onderwijs Westland. Vanaf 3 maart 2021 gaat de stichting verder onder de naam West Openbaar Onderwijs.